Het Nationaal Park Weerribben-Wieden

Nationaal Park Weerribben-Wieden is het grootste laagveenmoeras in Noordwest-Europa en door de diversiteit van flora en fauna ook één van de belangrijkste. Het park is in 1992 gesticht. Toen heette het Nationaal Park De Weerribben en omvatte het alleen De Weerribben. In 2009 werd het park uitgebreid met De Wieden. In totaal beslaat het gebied 10.000 hectare, waarvan de oppervlakte van De Weerribben ongeveer een derde deel uitmaakt.

Het nationale park kent een enorme soortenrijkdom. Zo vind je er meren, sloten en vaarten, hooilanden en weilanden, rietlanden en moerasbossen. De Weerribben kenmerken zich vooral door de stroken van water en land, welke allemaal door mensenhanden zijn gevormd. De Wieden kenmerken zich door het grote aantal meren.

Spinnekopmolen De Wicher in De Weerribben

Het land van weren, ribben en wieden

Sinds 1300 werd er in dit gebied turf gewonnen en als brandstof gebruikt omdat het daar zeer geschikt voor bleek te zijn. Rondom Giethoorn werd er begonnen met het afgraven van het veen. De turf werd afgegraven en te drogen gelegd op legakkers. De stroken water die zo ontstonden worden ‘trekgaten’ of ‘weren’ genoemd en de legakkers kennen we ook als ‘ribben’, vandaar de naam Weerribben.

In het begin van de turfwinning werd er zoveel mogelijk turf gewonnen waardoor de trekgaten erg breed en de legakkers erg smal werden. Tijdens twee grote stormen (in 1776 en 1825) werden de ribben rondom Giethoorn weggeslagen waardoor meren ontstonden die we ‘wieden’ noemen.

Na deze stormen kwamen er meer regels voor de maximale breedte van de weren en de minimale breedte van de ribben. Rondom Kalenberg werden deze regels toegepast en daar zie je nu nog steeds het karakteristieke landschap met smalle stroken land en water: De Weerribben! De turfstekers woonden destijds in (met hun volledige gezinnen) in piepkleine ‘vervenershuisjes’. Tegenwoordig is er nog steeds een behoorlijk aantal van deze pittoreske huisjes te vinden in De Weerribben.

De winning van turf ging door tot ongeveer 1950, toen er andere brandstoffen beschikbaar kwamen en de bewoners in de Weerribben een nieuwe inkomstenbron moesten vinden.

Wist je dat…

Het natuurgebied De Weerribben in 2004 is verkozen tot ‘De mooiste plek van Nederland’ in het gelijknamige televisieprogramma?

Het Kalenbergerriet bekend staat om zijn hoge kwaliteit?

Er in 2002 met succes weer otters zijn uitgezet in De Weerribben?

Verlanding

Doordat er door de turfwinning van de afgelopen eeuwen steeds meer water ontstond in het gebied, gingen meer bewoners over op visserij en ook werden er eenden gevangen met zgn. eendenkooien. Soms verandert het water weer op een natuurlijke manier in land; veel weren groeien na verloop van tijd vol met waterplanten die zich als een dikke deken op het water vormen. Als dat eenmaal dik genoeg is kun je daar overheen lopen en die verende ondergrond noemen we ‘trilveen’.

Op dit trilveen gaat op den duur ook riet groeien en zo vormen zich rietlanden oftewel ‘kraggen’. Meerdere mensen in de dorpjes Kalenberg en Ossenzijl zijn na de periode van turfwinning op rietteelt overgegaan en ook nu zijn er nog genoeg mensen die hier hun brood mee verdienen. Dit ‘Kalenbergerriet’ wordt veel gebruikt voor dakbedekking en dit zie je dan ook nu nog veel terug bij huizen in de buurt.

De rietlanden vergen veel onderhoud voor de riettelers; wordt het niet onderhouden dan ontstaan er moerasbossen, welke worden gedomineerd door berken, elzen en de lijsterbes. Ook moet de laag trilveen dun en nat blijven omdat anders de grond verzuurt. Om langer van het rietland gebruik te kunnen maken wordt er met behulp van molens water naar de rietlanden gepompt. Voorbeelden van deze molens zijn de ‘tjakermolens’ en de spinnekopmolen De Wicher.

Tjasker molen in Weerribben-Wieden

Soms worden rietlanden voor een deel of helemaal afgegraven. Als het eenmaal helemaal is afgegraven, heeft het water weer de overhand en begint het proces van verlanding weer van vooraf aan.

Flora en Fauna

Er is een grote verscheidenheid aan flora en fauna in het nationale park. Veel vogels vinden hier hun plek in de zomer; zo zijn er onder andere verschillende watervogels als ganzen, zwanen, eenden, meerkoeten en ook de fuut te vinden. Op het land zijn de roerdomp, karekiet, watersnip, zwarte stern en rietzanger te zien of te horen. Het nationale park kent ook een groot aantal libellen en vlinders; de witsnuitlibel en de grote vuurvlinder zijn hiervan prachtige en zeldzame voorbeelden.

Zwaan met jong Weerribben

Naast de moerasbossen vind je langs het water uiteraard het riet en ook zie je er veel veenmos en andere kleurrijke planten en kruiden. In en op het water vind je onder andere planten als de waterlelie, krabbenscheer, lisdodde en de gele plomp.

Naast de vele soorten vissen in het water zijn er zijn meerdere soorten reptielen en zoogdieren in De Weerribben te vinden. Zo houden ringslangen ervan om onder een hoop rietafval te liggen, lopen reeën op veel plaatsen rond om gras te vinden, vinden vossen hier hun maaltijd en is er zelfs de mogelijkheid om een otter te spotten!

Beleef De Weerribben!

Kom naar De Weerribben en beleef dit unieke natuurgebied in Europa! Dit kan niet alleen met de fiets, kano, kajak, fluisterboot, rondvaartboot maar nu dus ook met paddleboards bij WeerribbenSUP!